Groeiende Amerikaanse aanwezigheid in Colombia stuit op protest

Amerikaanse 'adviseurs' moeten vermiste landgenoten zoeken

De beslissing van de VS om extra troepen naar Colombia te sturen wordt daar met gemengde gevoelens onthaald. Sommige Colombiaanse politici vrezen dat de burgeroorlog in het Zuid-Amerikaanse land daarmee ingewikkelder wordt. Het Pentagon verklaarde zaterdag dat 150 extra 'adviseurs' naar Colombia worden overgevlogen om drie Amerikanen te zoeken, die vorige week werden gevangen genomen door de FARC-guerrilla.

Op de website van de Colombiaanse Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten (FARC), Colombia's best bewapende guerrilla, stond maandag te lezen dat de gevangen Amerikanen als krijgsgevangenen worden beschouwd en enkel zullen worden vrijgelaten bij een grote ruiloperatie in een gedemilitariseerde zone.

De drie Amerikanen werden op 13 februari gevangen genomen, nadat hun Cessna-vliegtuigje werd neergeschoten in de jungle van Caquetá, een bolwerk van de FARC. Een andere Amerikaan en een Colombiaans sergeant werden ter plaatse geëxecuteerd. Volgens de FARC zijn de Amerikanen CIA-spionnen.

Het Pentagon stelt dat het om contractuelen gaat van het Ministerie van Defensie, maar wilde de namen van de mannen niet vrijgeven. Terwijl het Colombiaans regeringsleger een groot militair offensief begon tegen de FARC, in de hoop de krijgsgevangenen te bevrijden, worden er in Washington nieuwe troepen klaargestoomd.

Momenteel zijn er in Colombia zo'n tweehonderd Amerikaanse soldaten en zeventig paracommando's aanwezig, die het Colombiaanse leger moeten adviseren in de strijd tegen de drugshandel. Sinds vorig jaar hebben de militaire adviseurs ook de bevoegdheid om Colombiaanse militairen te trainen tegen guerrillabewegingen zoals de FARC of het nationale bevrijdingsleger ELN.

Colombia is al veertig jaar in een diepe burgeroorlog gewikkeld, waar naast het FARC en het ELN ook extreem-rechtse doodseskaders bij betrokken zijn. Zowel deze paramilitaire doodseskaders als de voormalige marxistische guerrilla controleren de Colombiaanse drugshandel, waarmee zwaar bewapende troepen op de been kunnen worden gehouden.

De FARC heeft de laatste maanden haar strijd naar de steden verlegd. Twee weken geleden ontplofte er een krachtige bom in een discotheek in Bogotá, waarbij meer dan dertig doden vielen.

De Amerikaanse soldaten in Colombia mogen officieel enkel regeringssoldaten trainen in het gebruik van nieuwe wapens, het ontmantelen van explosieven, het voorbereiden van militaire operaties en het verzamelen van informatie. Het is de Amerikaanse soldaten strikt verboden deel te nemen aan gevechten, tenzij als zelfverdediging.

Ook mogen er niet meer dan 400 Amerikaanse soldaten op Colombiaans grondgebied opereren, zonder expliciete toestemming van het Amerikaanse Congres. De regering-Bush maakt in dit geval echter gebruik van een wettelijke uitzondering, waarbij Amerikaanse troepen mogen ingezet worden ,,bij de zoektocht naar Amerikaanse militair personeel en burgers''.

De FARC heeft op haar website de toenemende militaire aanwezigheid gebrandmerkt als een ,,schaamteloze invasie van de VS''.

Maar ook Colombiaanse politici hebben hun twijfels over de nieuwe Amerikaanse bijstand. ,,Colombia is Afghanistan niet of Irak'', vertelde Gustavo Petro, een voormalige guerrillero die nu in het parlement zit, aan de lokale radio Radionet. ,,Met het soort conflict dat we hier hebben, is het waarschijnlijker dat de VS in een nieuw Vietnam zullen betrokken raken'', stelde Petro, die er aan toevoegde dat de Amerikaanse militaire aanwezigheid de FARC ten goede komt.

,,Dit is waar ze op zaten te wachten'', aldus Petro, ,,nu kunnen ze hun zinloze oorlog rechtvaardigen als patriottisme.''

De Standaard [ online], 26-02-03 :http://www.standaard.be/nieuws/Buitenland/index.asp?articleID=DST26022003_041