Mondelinge parlementaire vraag van Luk Van Biesen, Kamerlid, aan de heer Minister van Buitenlandse Zaken

Gijzeling Ingrid Betancourt

Vandaag 19 november 2004, is het 1000 dagen geleden dat Ingrid Betancourt, 42-jarige Colombiaanse politica, werd ontvoerd door een commando van de rebellenbeweging FARC (Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia).

‘Als er geen democratie bestaat dan moet die gemaakt worden’ zei Ingrid Betancourt ooit met grote stelligheid. Zij heeft de opbouw van de democratie en de strijd tegen corruptie in haar geboorteland tot haar levenswerk gemaakt. Ze vocht voor de regionale ontwikkeling, kwam op voor de armsten.

In 1994 werd ze verkozen tot volksvertegenwoordiger, in 1998 tot senator. Ze stichtte haar eigen partij “Oxygène” en wilde zich kandidaat stellen voor de presidentsverkiezingen van mei 2002. Ze beloofde een keiharde strijd tegen corrupte politici en machtige drugsbaronnen die het land al decennia lang in hun greep houden.

Haar verkiezingscampagne tot Colombiaans Presidentskandidate kwam echter op 23 februari 2002 abrupt tot stilstand, toen zij samen met haar campagneleider Clara Rojas door de FARC werd ontvoerd en gevangen gehouden in de Colombiaanse jungle.

Vertegenwoordigers van FARC hebben in het verleden verscheidene voorwaarden gesteld voor haar bevrijding. Zo wilde FARC eerder alleen overgaan tot vrijlating als het regeringsleger zich uit een bepaald gebied zou terugtrekken. Tot een gevangenruil is het de laatste 2 jaar niet gekomen.

Sinds haar ontvoering werd slechts één keer iets van haar vernomen. Vandaag zou Ingrid misschien al dood zijn ware het niet dat haar strijd tot over de grenzen heen bekend is. Haar familie en steuncomités brengen dit onrecht onder de aandacht onder meer door middel van een actie die vandaag plaatsvindt voor de Colombiaanse ambassade in Brussel.

Ingrid Betancourt werd in maart dit jaar geëerd met de Geuzenpenning in Nederland vanwege haar grote inzet voor democratie en is sinds haar ontvoering het symbool geworden van zo’n 3000 ontvoerden in Colombia die in onmenselijke omstandigheden soms 8jaar of langer wachten op hun bevrijding.

Zelfs de oorlog kent wetten. Alle internationale verdragen verbieden het om burgers te betrekken bij militaire operaties doch dit blijkt in Colombia niet doorgedrongen te zijn.

  • Kan de minister mij mededelen hoe aan deze gijzeling een einde kan worden gesteld?

  • Kan onze regering -via andere regeringen of organisaties die contacten onderhouden met de geurilla- de middelen vinden om de FARC ervan te overtuigen een einde te maken aan de praktijk van het ontvoeren en de burgers die zij vasthouden vrij te laten, indien FARC –zoals ze zelf beweren- beschouwd wil worden als strijders en niet als een terroristische organisatie?

  • Kan de minister deze problematiek voorleggen aan de Europese ministers van buitenlandse zaken teneinde tot een menswaardige oplossing te komen?

 

Luk Van Biesen   - 18 november 2004